Begrippenlijst

Bewaring: Dat is een onderdeel van de voorlopige hechtenis die maximaal 14 dagen duurt. Op vordering van de Officier van Justitie kan de kinderrechter de bewaring bevelen. Dit gebeurt tijdens een voorgeleiding waar de Kinderrechter moet beoordelen of er voldoende aanwijzingen en gronden zijn dat een verdachte betrokken is bij het strafbare feit waarvoor hij is aangehouden.
Bureau Jeugdzorg: Is de instantie die belast is met de uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen (voogdij, gezinsvoogdij) en met de uitvoering van de jeugdreclassering.
Cellencomplex: Een gebouw van politie waar gedetineerde verdachten de nacht mogen doorbrengen. De wet staat namelijk niet toe dat verdachten op een gewoon politiebureau slapen.
Dagvaarding: Officieel stuk waarin de officier van justitie de verdachte oproept om op een bepaalde dag voor de kinderrechter te verschijnen. In de dagvaarding staat ook van welk strafbaar feit de officier de verdachte beschuldigt.
Gevangenhouding:. De gevangenhouding is onderdeel van de voorlopige hechtenis en kan door de rechtbank voor 30, 60 of voor 90 dagen worden bevolen.
HALT-afdoening: Kinderen van 12 tot en met 17 jaar die voor het eerste met politie in aanraking komen en hebben bekend dat ze een strafbaar feit hebben gepleegd kunnen door de politie naar Bureau HALT worden gestuurd om een taakstraf uit te voeren.
Hoger beroep: Als u of uw kind het niet eens is met het vonnis van de kinderrechter dan kunt u binnen 14 dagen na de uitspraak in hoger beroep gaan. Dat betekent dat het Gerechtshof de zaak nog een keer gaat beoordelen.
Inverzekeringstelling: Deze periode duurt maximaal 3 dagen en vindt plaats op het politiebureau. De jonge verdachte zit dan vast en wordt door de politie verhoord.
Kinderrechter: Een kinderrechter is een rechter die gespecialiseerd is in jeugd(straf)rechtzaken.
Nachtdetentie: In sommige gevallen kunnen jongeren die in voorarrest zitten toch hun school, stage of werk blijven volgen. De rechter moet daar toestemming voor geven. Na school of werk moet de jongere zich direct weer melden bij de jeugdgevangenis.
Officiersmodel: Als niet de rechter, maar de officier van justitie een taakstraf oplegt, dan heet dat “het officiersmodel” Als de jonge verdachte de taakstraf goed werkt, dan voorkomt hij dat hij gedagvaard wordt voor de kinderrechter.
Ondertoezichstelling (OTS): Als er problemen en moeilijkheden zijn binnen een gezin waardoor de opvoeding of gezondheid van het kind in gevaar komt, dan kan de kinderrechter een ondertoezichtstelling uitspreken. Het gezag van de ouder(s) wordt dan beperkt en er wordt een voogd benoemd. De ouder(s) en de minderjarige moeten dan luisteren naar de aanwijzingen van de voogd.
Proces-verbaal: Dit is het officiële document waarin een politieambtenaar verslag uitbrengt van en verhoor of van wat hij zelf heeft onderzocht.
Psychologisch/psychiatrisch deskundigen onderzoek: Als een rechter beter geïnformeerd wil worden over de persoonlijkheid van een jonge verdachte kan de rechter een deskundige de opdracht geven om een onderzoek te doen.
Raadkamer: De raadkamer van de rechtbank beslist over de gevangenhouding.
Raad voor de Kinderbescherming: De Raad voor de Kinderbescherming heeft als taak informatie over de jongere te verzamelen om die vervolgens aan de officier van justitie en aan de rechter te geven.
Sancties: Afhankelijk van het delict dat de jongere heeft gepleegd kan de kinderrechter de jonge verdachte veroordelen tot:
1. Jeugddetentie
Deze straf kan worden opgelegd indien de jongere een ernstig strafbaar feit heeft gepleegd. De maximale duur van de straf is afhankelijk van de leeftijd van de jongere op het moment dat hij het feit pleegde en varieert van minimaal 1 dag tot maximaal 24 maanden. Heeft de jongere een ernstig strafbaar feit gepleegd en is hij ouder dan 16 jaar dan kan de kinderrechter ook een gevangenisstraf opleggen. Als de ernst van het feit, de persoonlijkheid van de jeugdige verdachte en de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven, kan de kinderrechter namelijk ook de jongere volgens het meerderjarigenstrafrecht berechten en een ‘volwassenensanctie’ opleggen.
2. Geldboete
Het bedrag van een geldboete is minimaal € 3,-- en maximaal € 3.700,--. Bij het opleggen van de geldboete dient de kinderrechter rekening te houden met de financiële draagkracht van de minderjarige. Als jongere de boete niet betaalt dan kan hij in vervangende hechtenis genomen worden.
3. Alternatieve sanctie
De kinderrechter kan kiezen uit twee alternatieve sancties. Hij kan het kind een taakstraf geven of hem verplicht een leerproject laten volgen, de zogenaamde leerstraf. Indien het slachtoffer aangeeft dat hij prijs stelt op herstel van de schade, kan de kinderrechter de jeugdige opdragen te werken om de door het strafbare feit aangerichte schade te herstellen.
4. Plaatsing in een jeugdinrichting (“Pij-maatregel”)
De kinderrechter kan deze maatregel opleggen indien de jongere ten tijde van het begaan van het feit leed aan een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. Deze maatregel kan ook opgelegd worden indien het feit volledig aan de jonge verdachte is toe te rekenen. Vereist is dat twee gedragsdeskundigen (een psycholoog en een psychiater) het kind hebben onderzocht en een advies hebben uitgebracht. De maximale duur van deze maatregel is zes jaren.
5. Gedragsbeinvloedende maatregel
Dit is een vrijheidsbeperkende maatregel, die qua zwaarte zit tussen een jeugddetentie en de PIJ-maatregel. De maatregel is bedoeld voor jeugdige (veel)plegers van 12 tot 21 jaar met gedragsproblemen. Kenmerkend voor de gedragsbeïnvloedende maatregel is dat de jongere een ‘heropvoeding’ ondergaat buiten de gebruikelijke justitiële jeugdinrichting.
Schorsing van de voorlopige hechtenis: De voorlopige hechtenis (dat is de bewaring en gevangenhouding samen) kan in de tussentijd worden beëindigd. Dat betekent dat de jongere dan vrij komt. Bij een schorsing worden dan bepaalde voorwaarden opgelegd waaraan de jongere zich moet houden. Als de voorlopige hechtenis wordt opgeheven dan zijn daar geen voorwaarden aan gekoppeld.
STOP-reactie: Kinderen jonger dan 12 jaar kunnen niet strafrechtelijk vervolgd worden. Wel kan de politie u en uw kind een zogenaamde STOP-reactie aanbieden als uw kind zich schuldig heeft gemaakt aan een licht strafbaar feit.
Taakstrafzitting: Tot slot kan de Officier van Justitie uw kind ook uitnodigen voor een taakstrafzitting. In een gesprek met uw kind biedt de Officier van Justitie een taakstraf aan tussen de 20 en 40 uur. Als uw kind die taakstraf goed uitvoert dan hoeft uw kind niet meer voor de kinderrechter te verschijnen.
Uithuisplaatsing: Wanneer een kind onder toezicht is gesteld, kan het kind dag en nacht buiten het gezin worden geplaatst. Dit wordt uithuisplaatsing genoemd.
Uittreksel Justitiële Documentatie: Dit is een historisch overzicht van alle justitiële antecedenten. Vaak wordt dit ook wel het strafblad genoemd.
Voorgeleiding: Tijdens de voorgeleiding zal de kinderrechter/rechter-commissaris toetsen of de minderjarige verdachte terecht is aangehouden en in verzekering gesteld. Ook moet de rechter dan bekijken of er voldoende aanwijzingen zijn dat de jongere betrokken is bij het strafbare feit en of er ook voldoende gronden zijn om hem daarvoor langer in voorlopige hechtenis te houden.